Baarmoederhalskanker (HPV)


Besmetting: Humaan papillomavirus (HPV) is overdraagbaar via seksueel contact, ook zonder geslachtsgemeenschap. Alleen hoogrisico types van dit virus kunnen leiden tot het ontstaan van baarmoederhalskanker.
Incubatietijd: De meeste infecties verdwijnen vanzelf weer. Als een infectie met hoogrisico type van het virus toch langdurig blijft bestaan, dan kan daaruit na 10-15 jaar baarmoederhalskanker ontstaan.
Verschijnselen: Een infectie met HPV hoeft niet altijd te leiden tot verschijnselen. Na infectie kunnen afwijkende cellen in het slijmvlies van de baarmoederhals ontstaan. Deze kunnen worden opgespoord door het uitstrijkje. Afhankelijk van de ernst kunnen afwijkingen preventief worden behandeld om te voorkomen dat hier baarmoederhalskanker uit kan ontstaan.
Complicaties: Baarmoederhalskanker is een zeldzame complicatie van een veel voorkomende infectie met een hoogrisico humaan papillomavirus (HPV). Per jaar krijgen meer dan 600 vrouwen te maken met deze ziekte, en overlijden er ongeveer 200 vrouwen aan.
Meer informatie >>
Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door een virus dat na lange tijd de slijmvliescellen van de baarmoederhals kan veranderen. Deze veranderingen zorgen ervoor dat de cellen zich afwijkend gaan gedragen. Als de infectie niet wordt opgeruimd, kunnen de afwijkende cellen soms verder ontwikkelen tot baarmoederhalskanker.

Bij mensen komen 100 typen van het humaan papillomavirus (HPV) voor. Het virus is zeer besmettelijk en komt veel voor. Ongeveer 30 types komen voornamelijk op de geslachtsdelen voor. Besmetting vindt plaats via seksueel contact, ook zonder geslachtsgemeenschap. Condooms beschermen niet volledig tegen het virus. Het virus zit namelijk ook op de huid rond de geslachtsdelen en kan door huid-op-huid contact worden overgebracht.

Doordat het virus veel voorkomt en gemakkelijk wordt overgebracht, lopen de meeste vrouwen (ongeveer 80%) het virus ooit in hun leven wel eens op. De meeste infecties met HPV verdwijnen vanzelf weer zonder dat je er iets van merkt. Na een infectie kun je opnieuw door hetzelfde of een ander type humaan papillomavirus worden besmet. Je wordt dus niet immuun voor het virus. Ook kunnen infecties blijven sluimeren en pas jaren later weer opspelen.

Slechts 15 van de 100 HPV-types worden in verband gebracht met het ontstaan van kanker, de zogenaamde hoogrisico types. Baarmoederhalskanker wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door twee van de hoogrisicio types (HPV 16 en HPV18 genaamd). Pas na een langdurige infectie kunnen er afwijkende cellen ontstaan die zich mogelijk zouden kunnen ontwikkelen tot baarmoederhalskanker.

Met een uitstrijkje kunnen afwijkende cellen worden opgespoord. Door afwijkingen in de gaten te houden, kun je zien of deze zich verder ontwikkelen of verdwijnen. Afhankelijk van de ernst van de afwijkingen kan de arts ook beslissen om de afwijking uit voorzorg te verwijderen. Dit is nog geen kanker. Dat is pas het geval als de afwijkende cellen gaan ontsporen en ongeremd gaan groeien. Dit gebeurt meestal pas na lange tijd, na ongeveer 10 tot 15 jaar.

Het is mogelijk om je te laten vaccineren tegen de hoogrisico types HPV 16 en 18 die samen meer dan 70% van de baarmoederhalskanker veroorzaken. De kans dat je afwijkende cellen krijgt door infectie met deze virustypes dan veel kleiner. Hierdoor is er ook minder kans op baarmoederhalskanker.
Het is wel belangrijk om nog steeds een uitstrijkje te laten maken, omdat het vaccin niet tegen alle hoogrisico types van het virus bescherming biedt.

Vaccinatie tegen baarmoederhalskanker is opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma voor meisjes van 12 jaar. Deze vaccinatie wordt in 2010 gestart. In 2009 en 2010 is er ook een eenmalige inhaalcampagne voor meisjes ouder dan twaalf, maar geboren na 1 januari 1993.

Infectieziektes komen veel voor in Nederland - meisje achter glas
Vaccinaties
voor
kinderen