Vaccins, wat zijn het eigenlijk?


Een vaccin is een stof die je inspuit en al naar gelang de ziekte waarvoor het bedoeld is maakt het lichaam antistoffen aan tegen deze ziekten zonder dat de ziekte doorgemaakt wordt.

Bij kinkhoest bijvoorbeeld wordt een klein stukje van de bacterie genomen, waar we niet ziek van kunnen worden, maar dat wel ons lichaam aanzet tot het aanmaken van antistoffen. Als het lichaam daarna op een natuurlijke manier in aanraking komt met deze bacterie word je niet ziek omdat je al antistoffen in het bloed hebt.

Er zijn twee soorten vaccins, de levendverzwakte en gedode vaccins. Bij een gedood vaccin is de bacterie of het virus (in zijn geheel of een deeltje ervan) gedood en bij een levendverzwakt vaccin is het virus zodanig verzwakt dat het niet meer de ziekte veroorzaakt maar wel zorgt voor het aanmaken van antistoffen
Vaccins bieden op deze manier bescherming tegen de ziekten waartegen  we worden gevaccineerd. Ze werken voor een bepaalde tijd en sommige vaccins zelfs levenslang. Zo wordt er op dit moment van uitgegaan dat vaccinatie met een hepatitis B vaccin een levenslange immuniteit geeft.

In Nederland worden baby’s en kinderen in het rijksvaccinatieprogramma tegen 10 besmettelijke ziekten ingeënt, sommige kinderen zelfs tegen 11.